Sector
  • 0-4 jaar
  • Po
  • Vo
  • Mbo
  • Hbo
  • Wo
Vakinhoud
  • Sociaal-emotionele ontwikkeling

Gevoelens

20-12-2016
​​​​​​​​​​InhoudenVakbegrippen

​0-4 jaar

Verbaal en non-verbaal primaire gevoelens beschrijven en uiten

Verbaal en non-verbaal beschrijven dat fijne en nare gevoelens verschillend zijn

​blij, boos, bang, trots, jaloers, verdrietig, honger, pijn

​groep 1-2

Beschrijven welke gevoelens ik ervaar

Beschrijven welke gevoelens ik wel en niet begrijp

Omgaan met gevoelens en beschrijven hoe mijn reactie op gevoelens afhangt van het soort gevoel (fijn/naar/eenvoudig/complex/sterk)

​gevoelens, blij, trots, nieuwsgierig, kalm, boos, bang, verdrietig, teleurgesteld, zenuwachtig, verlegen, jaloers, opgewonden, gezichtsuitdrukking, lichaamstaal

​groep 3-6

Beschrijven welke gevoelens ik ervaar

Beschrijven welke gevoelens ik wel en niet begrijp

Omgaan met gevoelens en beschrijven hoe mijn reactie op gevoelens afhangt van het soort gevoel

​gevoelens, prettig, fijn, veilig, geprikkeld, kwaad, woedend, naar, angstig, bezorgd, schuldig, verward, verveeld, verbaasd, privé, gezichtsuitdrukking, eenvoudige gevoelens, complexe gevoelens, lichaamstaal

​​groep 7-8

Uitleggen welke gevoelens ik ervaar

Omgaan met gevoelens en beschrijven dat er een verband bestaat tussen de manier waarop ik een gevoel ervaar en de manier waarop ik hierop reageer

​fijne gevoelens, nare gevoelens, gezichtsuitdrukking, eenvoudige gevoelens, complexe gevoelens, lichaamstaal

VO onderbouw

Eenvoudige en complexe gevoelens herkennen en benoemen

Uitleggen hoe gevoelens en reacties kunnen verschillen per situatie

Omgaan met gevoelens en uitleggen dat er een verband bestaat tussen de manier waarop ik een gevoel ervaar en de manier waarop ik hierop reageer

​​positieve gevoelens, negatieve gevoelens, eenvoudige gevoelens, complexe gevoelens, gezichtsuitdrukking, lichaamstaal, overtuiging, waarheid, directe en indirecte boodschappen, objectiviteit, rechtvaardiging

Bovenbouw vmbo

Uitleggen welke invloed gevoelens hebben op mijn functioneren

Omgaan met gevoelens en uitleggen dat er een verband bestaat tussen de manier waarop ik een gevoel ervaar en de manier waarop ik hierop reageer

​​positieve gevoelens, negatieve gevoelens, op zichzelf staande gevoelens, gerelateerde gevoelens, gezichtsuitdrukking, lichaamstaal, overtuiging, waarheid, directe en indirecte boodschappen, objectiviteit, rechtvaardiging, feedback

Bovenbouw havo/vwo

Uitleggen welke invloed gevoelens hebben op mijn functioneren

Omgaan met gevoelens en uitleggen dat er een verband bestaat tussen de manier waarop ik een gevoel ervaar en de manier waarop ik hierop reageer

Analyseren van gevoelens die ik heb in verschillende situaties

​op zichzelf staande gevoelens, gerelateerde gevoelens, overtuiging, waarheid, directe en indirecte boodschappen, objectiviteit, rechtvaardiging, feedback

MBO

Uitleggen welke invloed gevoelens hebben op mijn functioneren

Omgaan met gevoelens en uitleggen dat er een verband bestaat tussen de manier waarop ik een gevoel ervaar en de manier waarop ik hierop reageer

​​op zichzelf staande gevoelens, gerelateerde gevoelens, overtuiging, waarheid, directe en indirecte boodschappen, objectiviteit, rechtvaardiging, feedback

​HBO/WO

Uitleggen welke invloed gevoelens hebben op mijn functioneren

Omgaan met gevoelens en uitleggen dat er een verband bestaat tussen de manier waarop ik een gevoel ervaar en de manier waarop ik hierop reageer

Analyseren van gevoelens die ik heb in verschillende situaties

op zichzelf staande gevoelens, gerelateerde gevoelens, overtuiging, waarheid, directe en indirecte boodschappen, objectiviteit, rechtvaardiging, feedback geven en ontvangen

Contactpersoon